seizoen 2007-2008
Jeugdbrandweerwedstrijden
De SJBN organiseert ieder jaar in een aantal plaatsen in Nederland de jeugdbrandweer-wedstrijden. Aan deze wedstrijden doen ongeveer zo'n 240 ploegen mee met elk zes ploegleden. Tijdens deze wedstrijden moeten de deelnemende ploegen een incident bestrijden wat is geënsceneerd door middel van vlammenborden, vuurlinten, knetterkasten e.d. Er wordt getracht om zo veel mogelijk de werkelijkheid te benaderen waarbij de ploegen hun kennis van de technische en tactische brandbestrijding kunnen laten zien. De wedstrijden hebben een competitie element waardoor er ook spanning en vooral ook emotie bij komt kijken. Daarnaast is sportiviteit ook een belangrijke factor en dat wordt binnen SJBN hoog in het vaandel gehouden.
De wedstrijden worden beoordeeld door volwassen juryleden die zelf ook uit de jeugdbrandweer zijn voortgekomen dan wel bij hun jeugdkorps als leider betrokken zijn of geweest zijn. Sinds 2007 zijn er nieuwe jurylijsten ontwikkeld. Deze lijsten hebben een groot aantal beoordelingen zodat de deelnemende ploegen op veel aspecten van een inzet kunnen scoren.
De wedstrijden van de jeugdbrandweer zijn verdeeld in een 3-tal klassen, namelijk:
Junioren Lage Druk
Aspiranten Lage Druk
Aspiranten Hoge Druk
Voor alle drie de klassen geldt dat er eerst kwalificatiewedstrijden worden gehouden in de maanden maart tot en met mei. Bij de kwalificatiewedstrijden komen meestal de ploegen die op een 1e, 2e of 3e plaats eindigen in aanmerkingen voor een volgende ronde. De volgende ronde is de halve finale. Deze wordt gehouden in de maand juni en geeft daar voor een aantal ploegen het recht voor een plaats naar de finale. De finale voor de klasse aspiranten Hoge Druk wordt gehouden op de laatste zaterdag van september. Hieraan kunnen 10 ploegen deelnemen. De finaledag voor de junioren- en aspiranten Lage Druk wordt gehouden op de eerste zaterdag van oktober. Ook hier geldt dat per klasse 10 ploegen kunnen deelnemen. De winnaars van de finale wedstrijden mogen een jaarlang de titel van landskampioen dragen.
Verzwarende elementen
In elke wedstrijdklasse is een onderverdeling van:
voorronden
halve finale
finale
Tijdens de halve finale en de finale kunnen de wedstrijdobjecten (plaatsen waar brand is) nog moeilijker gemaakt worden door het gebruik van een aantal 'verzwarende elementen' te gebruiken. Een bekend voorbeeld is de enscenering 'Middelbrand'. Dan blijkt dat de bevelvoerder een brandhaard niet kan bedwingen met zijn eigen materialen en assistentie van een tweede team nodig heeft. Om het niet al te moeilijk te maken, hoeft de bevelvoerder van de eerst spelende ploeg, de assistentie slechts 1 opdracht te geven. Wanneer deze juist is, zal de brandhaard gedoofd kunnen worden.
Overige verzwarende elementen zijn:
1. De vliegende start.
Dat wil zeggen, de ploeg start met een voertuig dat richting object rijdt waarbij de bevelvoerder zijn opdracht en informatie via de portofoon krijgt. Alleen bestemd voor de Lage Druk klasse.
2. Enscenering "Middelbrand".
De oefening wordt geënsceneerd op een wijze waardoor het duidelijk is dat de brand niet met twee stralen kan worden geblust. De wedstrijdploeg krijgt ondersteuning van een tweede ploeg. De bevelvoerder hoeft de tweede ploeg alleen maar een opdracht geven.
3. Ladder plaatsen.
De enscenering en inzet is zodanig dat het noodzakelijk is om een ladder plaatsen. Hierbij moet ervan uit worden gegaan dat de ladder niet hoger dan 1 verdieping geplaatst moet worden.
4. Het opvoeren van een slangleiding naar een hoogte.
5. Toevoerslangleiding tot 120 meter.
(6 x 20 mtr. 75mm slangen (aspiranten) of 52mm slangen (junioren))
6. Vragen maken voor de leden van de wedstrijdploeg.
Vragen uit de jeugdbrandweermodule.
7. Gebruik van gevaarlijke stoffen bij het ensceneren.
De enscenering wordt op een zodanige wijze uitgezet dat een gevaarlijke stof van invloed is op de inzet. (GEEN gaspakken of chemiepakken inzet)
8. Redden van dieren.
(Naast het redden van personen)
9. Het omruilen van de speelnummers.
Dat wordt alleen gedaan met de nummers 1,2,3, en 4.
10. Extra hindernis.
(Bijvoorbeeld een blokkade door puin etc. van een toegangsweg tot het object)
Alleen de artikelen 6, 8, 9 en 10 kunnen ook van toepassing zijn voor de juniorenklasse.
Materialen
Tijdens de wedstrijd wordt gebruik gemaakt van een heel scala aan materialen. De materialen die in elk geval verplicht zijn bij te hebben zijn:
MATERIAAL ASP JUN
MAX. LENGTE TOEVOERSLANG 120 MTR 100 MTR MAX. LENGTE AANVALSLANG 120 MTR 100 MTR VERDEELSTUK 1 1 STRAALPIJPEN 3 3 BENDELSTUK 1 1 SLANGOPHOUDER 2 2 SLANGENBRUGGEN 2 2 PILONEN 5 5 OPZETSTUK 1 1 KRAANSLEUTEL 1 1 Lijn 1 1 Daarnaast dienen ten alle tijden de identificatiepapieren en duidelijke rugnummers meegebracht te worden! Zonder deze stukken en nummers wordt een team gediskwalificeerd.
Voor een volledig overzicht van alle regels en een actueel regelement verwijs ik u naar de website van de Stichting Jeugdbrandweer Nederland: SJBN Of klik HIER voor een WORD-bestand.
Waar de volgende wedstrijd wordt gehouden? Download nu het programmaboek HIER.
bron: Stichting Jeugdbrandweer Nederland / NVBR www.nvbr.nl |